ECLI:NL:RBZWB:2025:653
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende correctie onderhoudstoestand
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, welke door de heffingsambtenaar was vastgesteld op € 413.000 per 1 januari 2022. De rechtbank beoordeelde of deze waarde te hoog was vastgesteld, waarbij de vergelijkingsmethode met referentiewoningen werd toegepast.
De heffingsambtenaar gebruikte drie referentiewoningen die voldoende vergelijkbaar werden geacht, en paste een neerwaartse correctie van 15% toe vanwege onder gemiddeld onderhouds- en voorzieningenniveau. Belanghebbende stelde echter dat de staat van de woning slechter was door scheurvorming, houtrot en lekkages, wat onvoldoende was meegenomen.
De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar onvoldoende rekening had gehouden met het kwaliteitsniveau van de woning, met name de scheurvorming, en dat de waarde te hoog was vastgesteld. Omdat geen van beide partijen een aannemelijke waarde kon onderbouwen, stelde de rechtbank de WOZ-waarde schattenderwijs vast op € 404.000.
De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verminderd. Tevens werd de heffingsambtenaar veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot € 404.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.