Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 1) en een iPad heeft weggenomen van [slachtoffer 2]
(feit 2).
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
ten minstevier personen betrokken, te weten de medeverdachten die aan de deur zijn geweest bij aangevers, en twee andere medeverdachten die als bestuurder en bijrijder een rol hebben gehad in de gepleegde diefstallen. Zij waren op de hoogte van de adressen waar de diefstallen zouden worden gepleegd en gaven daartoe instructies.
“Heb je tijd om 18 uur”wordt gereageerd
om 15.47 uur: “Ja k ben r nog mee bezig ik stuur je door als k dinge heb”.
“Kan je hier iets mee”.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
een taakstraf van 120 uren;
vervangende hechteniszal worden toegepast van
60 dagen;
[slachtoffer 1] van € 300,-, zijnde materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 2] van € 370,-, zijnde materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 30 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 1] € 300,-te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;
[slachtoffer 2] € 370,-te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 januari 2024 tot aan de dag der voldoening;