Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om een uitkering op grond van de Wet WIA te weigeren per 22 juli 2023. Het UWV heeft niet tijdig op dit bezwaar beslist, ondanks ingebrekestelling door eiseres.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de wettelijke beslistermijn van zeventien weken na het verstrijken van de bezwaartermijn heeft besloten. Hoewel het UWV een achterstand door een tekort aan verzekeringsartsen aanvoert, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom van € 100,- per dag op voor elke dag dat het UWV de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Het UWV wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 31 januari 2025. Eiseres krijgt hiermee haar gelijk en het UWV wordt verplicht binnen de gestelde termijn te beslissen.