Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 september 2025 in de zaak tussen
de heffingsambtenaar van de gemeente Oisterwijk, de heffingsambtenaar.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Feiten
[persoon] (de uitspraak op bezwaar).
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 september 2025 uitspraak gedaan over het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 13 november 2024 betreffende een WOZ-beschikking voor een onroerend goed.
De rechtbank oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het niet is ingesteld door de belanghebbende die het bezwaar had gemaakt, maar door een andere partij, namelijk eiseres. De gemachtigde van eiseres had het beroepschrift ingediend, maar zonder dat eiseres zelf belanghebbende was.
De rechtbank heeft meerdere verzoeken om opheldering over de belanghebbendheid gedaan, waarop geen reactie is gekomen. Op grond hiervan verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro.
De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen is gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken verzet in te stellen tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door de belanghebbende is ingesteld.