Uitspraak
Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
feit 2: een nabootsing van een pistool voorhanden heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De vorderingen van de benadeelde partijen
[politieambtenaar 1]vordert een vergoeding van € 3.385,- voor feit 1, waarvan € 385,- aan materiele schade en € 3.000,- aan immateriële schade.
[politieambtenaar 2]vordert een vergoeding van € 9.000,- voor feit 1, aan immateriële schade.
8.De wettelijke voorschriften
9.Beslissing
een gevangenisstraf van 49 dagen;
[politieambtenaar 1]van
€ 2.385,-,waarvan € 385,- aan materiële schade en € 2.000 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
€ 1.042,-;
[politieambtenaar 1],
[politieambtenaar 2]van
€ 6.000,-aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 19 oktober 2023 tot aan de dag der voldoening;
€ 1.042,-;
[politieambtenaar 2],
mr. W.A.H.A. Schnitzler-Strijbos, voorzitter,
mr. K. Verschueren, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K van Rijs, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 september 2025.