Uitspraak
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 10 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitnota van [gedaagden] ;
2.De feiten
3.De verdere beoordeling
In de gesprekken voordat wij een regeling hebben getroffen is mijn persoonlijke situatie tot een bepaalde hoogte ter sprake gekomen, maar omdat het mijns inziens niet van toegevoegde waarde is voor de getroffen regeling hebben we er niet ver over doorgepraat”.Voor zover hieruit al kan worden afgeleid dat [gedaagde 1] een mededelingsplicht heeft geschonden, valt niet in te zien waarom dit een onrechtmatige gedraging van [gedaagde 1] oplevert. [eiseres] heeft zijn stelling op dit punt onvoldoende onderbouwd. Zo heeft [eiseres] niet gesteld dat [gedaagde 1] had moeten begrijpen dat het voor [eiseres] van belang was in welke hoedanigheid [gedaagde 1] handelde en dat [gedaagde 1] vanuit die wetenschap heeft verzuimd om [eiseres] daarover in te lichten. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat [eiseres] ook niet heeft gevraagd aan [gedaagde 1] in welke hoedanigheid hij handelde, terwijl blijkens voornoemde brief in de gesprekken tussen partijen voorafgaand aan de getroffen regeling, de persoonlijke situatie van [gedaagde 1] wel ter sprake is gekomen. Indien het voor [eiseres] bij het treffen van een regeling belangrijk was in welke hoedanigheid [gedaagde 1] handelde, had het op haar weg gelegen om dit expliciet aan [gedaagde 1] te vragen. Vaststaat dat [eiseres] dit niet heeft gedaan. Gelet op het voorgaande is geen sprake van onrechtmatig handelen van [gedaagde 1] doordat hij een op hem rustende mededelingsplicht heeft geschonden.