Belanghebbende, die in 2021 naar Zwitserland emigreerde, diende in april 2022 een aangifte migratie in met een inkomen uit werk en woning en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen. De inspecteur legde een definitieve aanslag op waarbij het inkomen uit sparen en beleggen werd vastgesteld conform de aangifte, maar het inkomen uit werk en woning werd verhoogd. De inspecteur bracht geen belastingrente in rekening.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag en gaf aan recht te hebben op belastingrentevergoeding. De inspecteur verklaarde het bezwaar gegrond en verminderde het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen aanzienlijk. De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 30fe AWR bij vermindering van een aanslag naar aanleiding van bezwaar geen belastingrente wordt vergoed. Tevens was de aanslag niet overeenkomstig de ingediende aangifte vastgesteld, waardoor artikel 30fd AWR niet van toepassing is.
De rechtbank concludeerde dat belanghebbende geen recht heeft op vergoeding van belastingrente en verklaarde het beroep ongegrond. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht blijft voor rekening van belanghebbende.