Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het gebruik van gronden nabij zijn woning als minicamping binnen de bebouwde kom. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Schouwen-Duiveland weigerde de vergunning omdat het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan en niet voldoet aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
Eiser stelde dat de kampeermiddelen tijdelijk zouden zijn en dat de vergunning via een vereenvoudigde procedure verleend kon worden. De rechtbank oordeelde echter dat de aanvraag een permanente vergunning betrof met blijvende infrastructuur, waardoor een uitgebreide procedure vereist is. Daarnaast faalde eiser in het overleggen van een goede ruimtelijke onderbouwing.
Verder wees de rechtbank de beroepsgronden af dat het plan niet in strijd zou zijn met de Structuurvisie en de Nota recreatiebeleid, omdat het perceel binnen de bebouwde kom ligt en niet als buitengebied kan worden aangemerkt. Ook de verwijzing naar bestaande minicampings was onvoldoende, omdat die binnen het bestemmingsplan waren toegestaan.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter A.M.L.E. Ides Peeters op 24 september 2025.