Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:6364

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 september 2025
Publicatiedatum
23 september 2025
Zaaknummer
25/4064 PW VV
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:83 AwbArt. 8:84 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na gedeeltelijke tegemoetkoming bestuursorgaan in bijstandsmaatregel

Verzoeker maakte bezwaar tegen een besluit van het dagelijks bestuur van Orionis Walcheren waarin een maatregel van 30% op zijn bijstandsuitkering werd opgelegd voor augustus 2025. Het bezwaar werd ongegrond verklaard, maar het dagelijks bestuur handhaafde niet de aangekondigde maatregel voor september 2025, waardoor sprake was van gedeeltelijke tegemoetkoming.

Verzoeker trok daarop zijn verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om veroordeling van het dagelijks bestuur in de proceskosten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het dagelijks bestuur inderdaad gedeeltelijk aan verzoeker was tegemoetgekomen en wees het verzoek toe.

Het dagelijks bestuur werd veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten, bestaande uit de kosten van het ingediende verzoekschrift. Daarnaast werd gewezen op de verplichting van het dagelijks bestuur om het griffierecht van €53,- aan verzoeker te vergoeden.

De uitspraak werd zonder zitting gedaan en is definitief, aangezien tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.

Uitkomst: Het dagelijks bestuur wordt veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4064

uitspraak van de voorzieningenrechter van 23 september 2025 in de zaak tussen

[verzoeker], uit [plaats], verzoeker

(gemachtigde: mr. W.R. Aerts),
en

het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren (dagelijks bestuur).

Inleiding

1. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van het dagelijks bestuur van 14 juli 2025 over het opleggen van een maatregel van 30% op verzoekers bijstandsuitkering over de maand augustus 2025. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter daarnaast verzocht om een voorlopige voorziening.
1.1.
Het dagelijks bestuur heeft op 20 augustus 2025 op het bezwaar van verzoeker beslist. Het bezwaar van verzoeker is, onder wijziging van de grondslag en aanpassing van de motivering, ongegrond verklaard.
1.2.
Verzoeker heeft zijn verzoek om voorlopige voorziening op 28 augustus 2025 ingetrokken en heeft de voorzieningenrechter verzocht om het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter dat verzoek.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het dagelijks bestuur in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Het dagelijks bestuur heeft de voorzieningenrechter meegedeeld dat hij bereid is om de proceskosten voor zijn rekening te nemen.
1.4.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. [2]
Is het dagelijks bestuur aan het verzoek tegemoetgekomen?
4. De voorzieningenrechter moet dus beoordelen of het dagelijks bestuur geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. De voorzieningenrechter stelt vast dat weliswaar de maatregel van 30% over de maand augustus 2025 in de beslissing op bezwaar van 20 augustus 2025 in stand blijft, maar een in het besluit van 14 juli 2025 aangekondigde maatregel over de maand september 2025 wordt in de beslissing op bezwaar niet gehandhaafd. Daarmee is het dagelijks bestuur naar het oordeel van de voorzieningenrechter gedeeltelijk tegemoetgekomen aan verzoeker.
Welk bedrag aan proceskosten moet het dagelijks bestuur aan verzoeker vergoeden?
5. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk gegrond toe. Verzoeker krijgt een vergoeding van zijn proceskosten. Het dagelijks bestuur moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 907,- omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Krijgt verzoeker een vergoeding van het griffierecht?
6. De voorzieningenrechter wijst erop dat het dagelijks bestuur verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van € 53,- te vergoeden. [3] Verzoeker moet zich hiervoor dan ook tot het dagelijks bestuur wenden.

Beslissing

De voorzieningenrechter veroordeelt het dagelijks bestuur tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.E.C. Vriends, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 23 september 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier is niet in de gelegenheid de uitspraak te ondertekenen.
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
3.Dit volgt uit artikel 8:41, zevende lid, van de Awb.