De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 5 september 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte die wordt verdacht van het onttrekken van haar minderjarige dochter aan het opzicht van de jeugdbescherming. De dochter was onder toezicht gesteld en geplaatst in een gezinshuis, maar is weggelopen waarna verdachte haar meenam naar Frankrijk.
De verdediging voerde aan dat verdachte geen opzet had en dat er sprake was van een onherstelbaar vormverzuim door onjuiste vermelding in het proces-verbaal. De rechtbank oordeelde dat hoewel het proces-verbaal onjuistheden bevatte, dit geen gevolgen had voor de rechtmatigheid van het onderzoek en verwierp het verweer.
De rechtbank stelde vast dat verdachte wist van de ondertoezichtstelling en het verbod om met haar dochter naar het buitenland te gaan. Verdachte had zelfs tegen de gezinsvoogd verzwegen waar zij waren. De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte opzettelijk de minderjarige onttrok aan het opzicht en veroordeelde haar tot een gevangenisstraf van 90 dagen, met aftrek van voorarrest en detentie in Frankrijk.