ECLI:NL:RBZWB:2025:6184
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning wegens onvoldoende vergelijkbaarheid referentiewoningen
Belanghebbende is eigenaar van een eindwoning uit 1928 met een woonoppervlakte van 58 m2 en een perceel van 210 m2. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €136.000 en legde daarop een aanslag onroerendezaakbelasting op.
Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze vaststelling, waarna de heffingsambtenaar het bezwaar ongegrond verklaarde. De rechtbank behandelde het beroep waarbij beide partijen taxatierapporten overlegden. De heffingsambtenaar baseerde zijn waardering op referentiewoningen die aanzienlijk groter en in een ander dorp gelegen waren, waardoor de rechtbank deze onvoldoende vergelijkbaar achtte.
Belanghebbende bracht een taxatierapport in met een waarde van €108.000 per 3 oktober 2024, maar ook dit rapport voldeed niet aan de bewijsvereisten vanwege het gebruik van transportdata in plaats van verkoopdata en onvoldoende inzicht in de waardebepaling.
De rechtbank concludeerde dat geen van beide partijen de waarde aannemelijk had gemaakt en stelde de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €125.000. De aanslag OZB werd dienovereenkomstig verminderd en de heffingsambtenaar werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd naar €125.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig aangepast.