ECLI:NL:RBZWB:2025:6183
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoogte wereldinkomen in Niet in Nederland belastbaar inkomen beschikking
Belanghebbende, woonachtig in Duitsland sinds oktober 2024, maakte bezwaar tegen de NiNbi-beschikking van de inspecteur waarin het wereldinkomen over 2022 werd vastgesteld op €29.945. Belanghebbende betwistte dat bepaalde eenmalige uitkeringen als inkomen moesten worden aangemerkt en stelde dat deze als vermogen moesten worden gekwalificeerd.
De rechtbank oordeelde dat de uitkeringen van het Bedrijfstakpensioenfonds en ABN AMRO lijfrente-afkopen betreffen waarover loonheffing is ingehouden. Dit betekent dat deze bedragen terecht zijn meegenomen in het wereldinkomen. De stellingen van belanghebbende waren onvoldoende onderbouwd om tot een andere kwalificatie te komen.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en de NiNbi-beschikking in stand blijft. Belanghebbende krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De zitting vond plaats zonder aanwezigheid van belanghebbende, die op juiste wijze was uitgenodigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de NiNbi-beschikking wordt ongegrond verklaard en de beschikking blijft in stand.