Op 12 september 2025 heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een minderjarige verdachte, geboren in 2006, die op 2 mei 2024 in Tilburg openlijk en in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon, hier aangeduid als [slachtoffer]. De zaak werd inhoudelijk behandeld op 29 augustus 2025, waar de officier van justitie, mr. E. Kool, en de verdediging hun standpunten presenteerden. De tenlastelegging omvatte onder andere het geven van kopstoten, slaan en schoppen, en het maken van stekende bewegingen met een mes. De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig was en dat de officier van justitie ontvankelijk was in de vervolging.
De rechtbank heeft de camerabeelden bekeken en kon niet vaststellen dat er met een mes is gestoken of dat er tegen het hoofd van het slachtoffer is geschopt. De verdachte heeft wel een bekennende verklaring afgelegd over de andere onderdelen van de tenlastelegging. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bewezen is dat de verdachte openlijk geweld heeft gepleegd door het slachtoffer een kopstoot te geven en meermalen te slaan en te schoppen. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van de onderdelen die niet bewezen konden worden.
De officier van justitie vorderde een werkstraf van 60 uren, terwijl de verdediging vroeg om 40 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk. De rechtbank heeft rekening gehouden met de ernst van het feit en de impact op het slachtoffer, en heeft uiteindelijk een onvoorwaardelijke werkstraf van 60 uren opgelegd. Daarnaast is de verdachte veroordeeld tot betaling van € 1.000,- aan immateriële schade aan de benadeelde partij, vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank heeft geoordeeld dat de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is voor de schade, samen met de medeverdachten.