Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Verloop van de procedure
Standpunten
Overwegingen
€ 453,50
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het overtreden van een geslotenverklaring (eenrichtingsverkeer) op de Nispensestraat te Roosendaal op 31 mei 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, eerst bij de officier van justitie, die het ongegrond verklaarde, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kern van het geschil betrof de vraag of er een staandehouding had plaatsgevonden, zoals vereist volgens artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De gemachtigde van betrokkene betoogde dat de verbalisant onvoldoende had onderbouwd waarom een staandehouding niet mogelijk was, en dat het bekeuren op kenteken daarom onterecht was.
De officier van justitie had de verbalisant verzocht om een aanvullend proces-verbaal, maar deze maakte geen gebruik van die mogelijkheid. Hierdoor kon aan het woord van de verbalisant geen bijzondere bewijskracht worden toegekend. De kantonrechter oordeelde dat onvoldoende grond bestond om aan te nemen dat de overtreding had plaatsgevonden, verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beslissing en beval terugbetaling van de betaalde zekerheidstelling.
Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €1.230,50 toegekend aan betrokkene. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter R.J.H. de Brouwer op 6 augustus 2025 en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.