ECLI:NL:RBZWB:2025:6090

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
RK 25-008656 en 25-009107
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 9 WVW 1994Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding voor schade door invordering rijbewijs en kosten rechtsbijstand

De enkelvoudige raadkamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde op 2 september 2025 een verzoek tot vergoeding van schade wegens de invordering van het rijbewijs en kosten rechtsbijstand. Verzoeker had zijn rijbewijs op 22 december 2024 laten invorderen en vroeg vergoeding voor de periode dat hij het rijbewijs niet kon gebruiken, evenals vergoeding van de kosten van zijn advocaat.

De rechtbank stelde vast dat het rijbewijs vanaf 18 maart 2025 bij Post NL kon worden opgehaald, maar verzoeker dit pas op 20 maart 2025 deed. Daarom werd de vergoeding gematigd tot 86 dagen, waarbij een forfaitair bedrag van €15 per dag werd gehanteerd. Daarnaast werden de kosten van rechtsbijstand en een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoek toegekend.

De rechtbank oordeelde ontvankelijk te zijn ondanks het ontbreken van een handtekening op het verzoekschrift, omdat verzoeker persoonlijk was verschenen en het verzoek had toegelicht. Het verzoek werd deels toegewezen: €1.290,00 voor de schade door invordering rijbewijs en €2.355,38 voor kosten rechtsbijstand en procedurekosten, totaal €3.645,38. Het resterende verzoek werd afgewezen.

Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding voor schade door invordering rijbewijs en kosten rechtsbijstand deels toegewezen voor een totaalbedrag van €3.645,38.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Breda
parketnummer : 96-407026-24
raadkamernummers : 25-008656 en 25-009107
datum : 2 september 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 164, negende lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW1994) en artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker] ,geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonadres] ,
woonplaats kiezende op het kantoor van mr. K.R. Verkaart, Duivelsbruglaan 22, 4835 JE Breda,
hierna te noemen: verzoeker.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 1 april 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 164 lid Pro 9 WVW94ten laste van de Staat voor een bedrag van:
- € 1.365,00, voor schade wegens de invordering van het rijbewijs;
 het op 1 april 2025 bij de griffie ingediende verzoek dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 Sv Proten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 1.675,38, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving van sepot van 14 maart 2025;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 19 augustus 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, verzoeker en mr. K.R. Verkaart als advocaat van verzoeker, gehoord.
Namens verzoeker is verzocht om vergoeding van bovengenoemde schade. In raadkamer heeft de advocaat aangevoerd dat - na herberekening - het rijbewijs van verzoeker 88 dagen in plaats van 91 dagen ingevorderd is geweest, zodat thans wordt verzocht om een vergoeding € 1.320,00 (88 dagen x € 15,00). Voor het overige heeft de advocaat gepersisteerd bij het verzoek.
Verzoeker heeft in raadkamer aangegeven dat hij het rijbewijs vanwege zijn werk pas op 20 maart 2025 heeft kunnen ophalen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verzochte vergoeding voor het aantal dagen dat verzoeker zijn rijbewijs kwijt is geweest dient te worden gematigd. Verzoeker kon zijn rijbewijs op 18 maart 2025 bij Post NL ophalen. Dat verzoeker zijn rijbewijs uiteindelijk pas op 20 maart 2025 heeft opgehaald, komt voor zijn eigen rekening. De verzochte vergoeding voor de kosten rechtsbijstand kunnen geheel worden toegewezen.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen, omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Het verzoekschrift is tijdig ingediend, maar niet door verzoeker ondertekend. Nu verzoeker persoonlijk in raadkamer is verschenen en het verzoek heeft toegelicht, is de rechtbank van oordeel dat daarmee voldoende vaststaat dat het verzoekschrift door verzoeker zelf is ingediend. Zij acht het ontbreken van de handtekening dan ook verschoonbaar en is van oordeel van verzoeker ontvankelijk is in het verzoek.
Op grond van artikel 164 lid 9 WVW Pro wordt aan de gewezen verdachte een vergoeding toegekend voor de schade die hij ten gevolge van de invordering van het rijbewijs heeft geleden. De LOVS-uitgangspunten gaan sinds 7 juni 2024 uit van een forfaitaire vergoeding van € 15,00 per dag bij een ingevorderd rijbewijs.
Op grond van artikel 530 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het rijbewijs van verzoeker is op 22 december 2024 ingevolge artikel 164 lid 9 WVW Pro ingevorderd. Bij kennisgeving van 14 maart 2025 is beslist tot teruggave van het rijbewijs aan verzoeker. Op 15 maart 2025 is getracht de brief met het rijbewijs af te leveren op het adres waar verzoeker op dat moment stond ingeschreven. Vanaf 18 maart 2025 kon verzoeker zijn rijbewijs bij Post NL ophalen. Verzoeker heeft zijn rijbewijs echter pas op 20 maart 2024 opgehaald. De rechtbank ziet in deze omstandigheden aanleiding en acht het redelijk om aan verzoeker een vergoeding toe te kennen voor 86 dagen (22 december 2024 tot 18 maart 2025) dat hij zijn rijbewijs heeft moeten missen en zal naar billijkheid een bedrag toekennen van (86 x € 15,00)
€ 1.290,00.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 1.675,38is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 164 lid Pro 9 WVW94 toe tot een bedrag van
€ 1.290,00, voor schade wegens de invordering van het rijbewijs;
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 2.355,38, bestaande uit:
- € 1.675,38, aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00, de kosten verbonden aan de indiening van het verzoekschrift in raadkamer;
wijst het verzoek voor het overige af.
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.645,38zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Drenth Verkaart Advocaten, onder vermelding van “[verzoeker]/OM vergoeding”.
Deze beslissing is genomen door mr. R.H.M. Pooyé, rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 september 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.