Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:6085

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 september 2025
Publicatiedatum
11 september 2025
Zaaknummer
RK 25-015688
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning van vergoeding na beleidssepot wegens gezondheidstoestand verzoekster

Verzoekster heeft op 16 juni 2025 een verzoek ingediend tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en kosten verbonden aan het indienen en behandelen van het verzoekschrift. De zaak betrof een beleidssepot van het Openbaar Ministerie vanwege de gezondheidstoestand van verzoekster, die in een manische psychose verkeerde op het moment van het incident op 19 maart 2025.

Tijdens de raadkamerzitting op 19 augustus 2025 zijn verzoekster, haar advocaat en de officier van justitie gehoord. De advocaat heeft toegelicht dat verzoekster traumatische ervaringen heeft gehad die hebben geleid tot haar psychose, waarna medicatie en behandeling zijn gestart. Het Openbaar Ministerie heeft het verzoek tot vergoeding volledig ondersteund.

De rechtbank oordeelt dat er gronden van billijkheid zijn om de vergoeding toe te kennen, mede omdat de zaak zonder strafoplegging is geëindigd en de kosten voor rechtsbijstand voldoende zijn onderbouwd. De vergoeding bestaat uit €606,03 voor rechtsbijstand en €680,00 forfaitair voor de behandeling van het verzoek, samen €1.286,03. Dit bedrag wordt toegekend en zal worden overgemaakt aan de advocaat.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en proceskosten wordt volledig toegewezen voor een bedrag van €1.286,03.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Strafrecht
parketnummer: 02-155826-25
rk-nummer: 25-015688
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv Pro van:
[verzoekster],geboren op [geboortedag] 1946 te [geboorteplaats] ([land]),
woonplaats kiezende ten kantore van mr. P.D.M. van Oers te (4707 ZH) Roosendaal, Bovendonk 11A.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 16 juni 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 606,03, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de kennisgeving sepot van 16 juni 2025;
  • de schriftelijke reactie van het Openbaar Ministerie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 19 augustus 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, verzoekster en mr. P.D.M. van Oers als advocaat van verzoekster, gehoord.
Namens verzoekster is verzocht een vergoeding van bovengenoemde schade toe te wijzen.
De advocaat van verzoekster heeft aangevoerd dat verzoekster veel heeft meegemaakt in haar leven wat trauma bij haar heeft veroorzaakt. Op enig moment is er iets bij haar geknapt, waardoor ze in een manische psychose is geraakt, hetgeen ook ten grondslag heeft gelegen aan haar handelwijze op 19 maart 2025. Na het incident is gestart met medicatie en traumabehandeling en inmiddels gaat het een stuk beter met verzoekster. Gelet op voornoemde bijzondere omstandigheden acht verzoekster gronden van billijkheid aanwezig om aan haar de verzochte vergoeding toe te kennen.
De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de schriftelijke conclusie van het Openbaar Ministerie en zich op het standpunt gesteld dat het verzoek geheel toewijsbaar is.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank zou worden vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro kan aan een gewezen verdachte kan een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het Openbaar Ministerie is op 21 mei 2025 overgegaan tot een beleidssepot vanwege de gezondheidstoestand van verzoekster. In zo’n geval kunnen gronden van billijkheid voor toekenning van een vergoeding ontbreken als verzoekster de kosten aan zichzelf te wijten had.
Verzoekster heeft verzocht om toekenning van een vergoeding van de kosten voor de aan haar verleende rechtsbijstand. In de nadere toelichting van de advocaat in raadkamer ziet de rechtbank gronden van billijkheid om aan verzoekster een vergoeding toe te kennen. Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 606,03is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 1.286,03, bestaande uit:
- € 606,03 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 1.286,03zal worden overgemaakt op rekeningnummer [rekeningnummer]
ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van de
Luijtgaarden advocaten B.V., onder vermelding van “[kenmerk]”.
Deze beslissing is genomen door mr. R.H.M. Pooyé rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S.H.M.R. Chevalier-Verbunt, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 2 september 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.