ECLI:NL:RBZWB:2025:6066
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Op tegenspraak
- D.L.J. Martens
- T.M. Brouwer
- D.S.G. Froger
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens hogere uitkering faillissement
Betrokkene is veroordeeld voor verduistering en valsheid in geschrift. Het Openbaar Ministerie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Tijdens de zitting op 27 augustus 2025 hebben beide partijen hun standpunten toegelicht.
De officier van justitie stelde dat het voordeel onduidelijk is vanwege reeds terugbetaalde bedragen en dat de vordering daardoor geen redelijk doel meer dient. De verdediging voerde aan dat het reparatoire karakter van de ontnemingsvordering reeds is vervuld door de curator in het faillissement, waarbij bijna de helft van de schade aan de slachtoffers is uitgekeerd, waardoor het gevorderde bedrag ruimschoots is overschreden.
De rechtbank constateerde dat in het faillissement een uitkering van ruim 47% aan concurrente schuldeisers heeft plaatsgevonden en dat daarnaast faillissementskosten zijn gemaakt. Het totaal van deze bedragen ligt hoger dan het gevorderde ontnemingsbedrag. De rechtbank kon niet vaststellen of er per saldo sprake is van wederrechtelijk verkregen voordeel en wijst daarom de vordering af.
Uitkomst: De rechtbank wijst de ontnemingsvordering af omdat de uitkering aan schuldeisers en faillissementskosten hoger is dan het gevorderde bedrag.