ECLI:NL:RBZWB:2025:6039
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wegens winkelpand
Belanghebbende en haar partner verkregen ieder de onverdeelde helft van een pand bestaande uit een modewinkel met bovenwoning, gelegen aan twee adressen. Hoewel het winkeldeel al enige tijd niet meer in gebruik was en verloederd, is dit deel oorspronkelijk ontworpen en gebouwd als winkel.
Belanghebbende stelde dat het pand vóór de eerste bezichtiging als casco werd gekocht met de bedoeling het volledig als woning te gebruiken, en dat de gemeente een vergunning had verleend om het winkeldeel als woning te gebruiken. Zij voerde aan dat in de leveringsakte alleen het woonhuisadres werd genoemd en dat in het kadaster de functie wonen was ingeschreven.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende de wijziging van de aard van het winkeldeel niet aannemelijk heeft gemaakt. Het leeghalen van het winkeldeel was onvoldoende om de fiscale behandeling te wijzigen, omdat er geen verbouwingswerkzaamheden hadden plaatsgevonden vóór de verkrijging. De intenties van belanghebbende en verklaringen van makelaar, gemeente en kadaster veranderden hieraan niets.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij teruggaaf van griffierecht en proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.