Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de akte van NS Reizigers;
- de antwoordakte van [gedaagde] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert NS Reizigers betaling van een hoofdsom van €131,65, vermeerderd met wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van gedaagde. De kantonrechter beoordeelt of deze vorderingen terecht zijn en of aan de wettelijke informatieplichten is voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat de hoofdsom en de wettelijke rente toewijsbaar zijn, omdat deze niet of onvoldoende zijn weersproken. NS Reizigers heeft ook voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten bij het afsluiten van abonnementen. Voor de buitengerechtelijke incassokosten is vastgesteld dat gedaagde een consument is en dat de aanmaning aan de wettelijke eisen voldoet, waardoor een bedrag van €40 wordt toegewezen.
Ten aanzien van de proceskosten stelt de kantonrechter vast dat NS Reizigers deze nodeloos heeft veroorzaakt door na de sommatiebrief van 22 maart 2024 pas op 10 februari 2025 te dagvaarden zonder een tweede sommatie. Hierdoor is gedaagde de mogelijkheid ontnomen om voorafgaand aan de procedure te betalen. Daarom worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom, rente en buitengerechtelijke incassokosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en compenseert de proceskosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van hoofdsom, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, proceskosten worden gecompenseerd.