Uitspraak
QWINT B.V., QWINT ENERGIE EN QWINT ENERGY,
[gedaagde 1] V.O.F.handelend onder de naam
[bedrijf],
2.
[gedaagde 2],
3.
[gedaagde 3],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Qwint B.V. leverde tot 28 juni 2022 stroom en gas aan een vennootschap onder firma. Na overstap naar een andere leverancier stelde Qwint een eindafrekening op, waarop een bedrag van €4.963,86 werd gevorderd. De vennootschap betwistte de juistheid van deze eindafrekening en stelde op basis van eigen berekeningen dat slechts €68,18 verschuldigd was.
De procedure verliep met een tussenvonnis, schriftelijke stukken en een mondelinge behandeling waarbij Qwint niet verscheen. De kantonrechter constateerde dat Qwint onvoldoende had onderbouwd hoe de eindafrekening tot stand was gekomen en dat de betwisting van de vennootschap goed gemotiveerd was met eigen meterstanden en correspondentie.
De kantonrechter wees daarom de hoofdsom grotendeels af en kende slechts €68,18 toe, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf de dagvaarding. Daarnaast werd een vergoeding van €40 voor buitengerechtelijke incassokosten toegewezen. De vennootschap kreeg ook een proceskostenvergoeding van €50 voor reis- en verblijfskosten. Een schadevergoeding wegens tijdverlies werd niet toegekend.
De vennoten van de vennootschap zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde is afgewezen.
Uitkomst: Vennootschap onder firma wordt veroordeeld tot betaling van €68,18 plus rente en €40 incassokosten, terwijl het overige wordt afgewezen.