Op 1 december 2024 heeft verdachte geprobeerd het slachtoffer, een vriend die hem gastvrij ontving, met een mes meerdere malen in hoofd en nek te steken en snijden. Dit gebeurde na gezamenlijk drugsgebruik, waaronder LSD, wat leidde tot psychotische ontregeling bij verdachte.
De rechtbank acht het bewezen dat verdachte het misdrijf heeft gepleegd, maar neemt het psychiatrisch advies over dat sprake is van verminderd toerekeningsvatbaarheid. De straf is daarom lager dan gevorderd: 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
De bijzondere voorwaarden omvatten onder meer opname in een GGZ-instelling, ambulante forensische behandeling, begeleid wonen, drugsverbod, contact- en locatieverbod, en intensief reclasseringstoezicht. De rechtbank benadrukt het belang van langdurige behandeling en begeleiding.
De benadeelde partij heeft materiële en immateriële schade geleden; de rechtbank kent een schadevergoeding toe van €21.006,05 plus wettelijke rente, maar verklaart de benadeelde niet-ontvankelijk voor het deel van de materiële schade dat verband houdt met inkomensverlies.
De rechtbank verklaart verdachte strafbaar, legt de straf op met aftrek van voorarrest, en bepaalt dat de bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.