ECLI:NL:RBZWB:2025:5762
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning bouw appartementencomplex
Verzoekster heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Breda verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een appartementencomplex op een specifieke locatie. De vergunning is verleend na een uitgebreide voorbereidingsprocedure en hiertegen is beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting omdat het kennelijk ongegrond was. De vergunninghouder heeft verklaard dat de werkzaamheden pas eind 2025 of begin 2026 zullen starten. Verzoekster is verzocht haar spoedeisend belang aan te tonen of het verzoek in te trekken, maar zij heeft niet gereageerd.
Gelet hierop concludeert de voorzieningenrechter dat er geen onverwijlde spoed is en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Verzoekster staat vrij een nieuw verzoek in te dienen indien de bouwwerkzaamheden op korte termijn starten en er alsnog spoedeisend belang ontstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.