ECLI:NL:RBZWB:2025:57
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen WOZ-waarde en aanslag onroerendezaakbelasting woning
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op € 542.000 per 1 januari 2022, en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde gehandhaafd. De rechtbank heeft het beroep op 4 december 2024 behandeld en beoordeelt of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld.
De waarde is bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in de buurt zijn vergeleken en gecorrigeerd voor verschillen in onderhoud, voorzieningen en grondwaarde. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe met deze verschillen is omgegaan en dat de gebruikte referentiewoningen passend zijn. Belanghebbende heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning een lagere waarde heeft, ondanks het betoog over matig onderhoud en laag duurzaamheidsniveau.
De rechtbank wijst het beroep af, handhaaft de WOZ-waarde en de aanslag OZB, en wijst vergoeding van griffierecht en proceskosten af. De uitspraak is gedaan door rechter M.Z.B. Sterk op 8 januari 2025 en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde van € 542.000 gehandhaafd.