ECLI:NL:RBZWB:2025:5698
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen verlenging beslistermijn UWV herbeoordeling WIA-uitkering ongegrond verklaard
Opposante had beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig had beslist op een aanvraag tot herbeoordeling van een WIA-uitkering. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het UWV opgedragen binnen vier maanden alsnog een besluit te nemen. Tegen deze verlengde beslistermijn stelde opposante verzet in.
De rechtbank overwoog dat het verzet zich richtte op de verlengde beslistermijn en niet op de gegrondverklaring van het beroep zelf. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een langere termijn worden opgelegd indien bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Opposante voerde aan dat de structurele achterstanden bij het UWV geen bijzondere omstandigheden zijn, maar de rechtbank oordeelde dat de huidige situatie, waaronder het tekort aan verzekeringsartsen, een gegeven is waarmee rekening moet worden gehouden.
De rechtbank concludeerde dat de termijn van vier maanden recht doet aan zowel de reële mogelijkheden van het UWV als het belang van opposante om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van 3 juni 2025 bleef in stand.
Uitkomst: Het verzet tegen de verlengde beslistermijn van vier maanden wordt ongegrond verklaard.