ECLI:NL:RBZWB:2025:5679

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
22 augustus 2025
Zaaknummer
11183386 MB VERZ 24-497
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen verkeersboete wegens onvoldoende bewijs van overtreding

Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2) op de Achterhoeksestraat te Rucphen op 21 september 2022. Betrokkene voerde aan het bord niet te hebben kunnen zien vanwege een motorolieprobleem waardoor hij zijn auto moest parkeren en later pas de weg vervolgde. Ook stelde hij dat het bord aan de andere zijde van de weg ontbrak op het moment van zijn passage. Daarnaast stelde betrokkene dat de officier van justitie niet tijdig op zijn beroepschrift had beslist.

De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter vond het dossier onvoldoende duidelijk om vast te stellen dat de overtreding daadwerkelijk had plaatsgevonden. Gezien de aangevoerde omstandigheden en het gebrek aan bewijs werd het beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd.

De kantonrechter bepaalde dat het door betrokkene betaalde bedrag van €159,- als zekerheidstelling door de officier van justitie moet worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11183386 \ MB VERZ 24-497
CJIB-nummer : 2062 5422 5290 1686
uitspraakdatum : 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990. Eenrichtingsverkeer) op de Achterhoeksestraat te Rucphen op 21 september 2022 om 08:10 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt dat hij het bord niet heeft kunnen zien, omdat betrokkene de avond voor de pleegdatum de Achterhoeksestraat in reed toen plotseling zijn olielampje begon te branden. Hierdoor heeft betrokkene zijn auto op de Achterhoeksestraat moeten laten staan. Op de pleegdatum heeft betrokkene de motorolie van zijn voertuig bijgevuld en zijn weg vervolgd naar zijn werk in Oudenbosch. Aangezien betrokkene hierdoor het bord niet heeft kunnen constateren verzoekt betrokkene de boete te seponeren. Daarnaast zou er aan de andere zijde van de weg een bord C3 staan, maar dit bord stond er niet toen betrokkene op 20 september 2022 langs diezelfde zijde de straat in is gereden. Tot slot heeft de officier van justitie niet tijdig beslist op het beroepschrift van betrokkene.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het dossier biedt op dit moment onvoldoende duidelijkheid, gelet ook op wat door betrokkene is aangevoerd. Wegens proces economische redenen is het niet van belang om een aanvullend proces-verbaal op te vragen.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier op dit moment onvoldoende duidelijkheid biedt. Gelet hierop bestaat er naar het oordeel van de kantonrechter, gezien de door betrokkene aangevoerde feiten en omstandigheden, onvoldoende grond om ervan uit te gaan dat de verweten gedraging is verricht. Dit betekent dat het beroep gegrond moet worden verklaard en de bestreden beslissing moet worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gegrond;
‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier mr. J.T. Jonker, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.
Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Datum verzending: