Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2) op de Achterhoeksestraat te Rucphen op 21 september 2022. Betrokkene voerde aan het bord niet te hebben kunnen zien vanwege een motorolieprobleem waardoor hij zijn auto moest parkeren en later pas de weg vervolgde. Ook stelde hij dat het bord aan de andere zijde van de weg ontbrak op het moment van zijn passage. Daarnaast stelde betrokkene dat de officier van justitie niet tijdig op zijn beroepschrift had beslist.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, maar de kantonrechter vond het dossier onvoldoende duidelijk om vast te stellen dat de overtreding daadwerkelijk had plaatsgevonden. Gezien de aangevoerde omstandigheden en het gebrek aan bewijs werd het beroep gegrond verklaard en de boete vernietigd.
De kantonrechter bepaalde dat het door betrokkene betaalde bedrag van €159,- als zekerheidstelling door de officier van justitie moet worden terugbetaald. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd.