ECLI:NL:RBZWB:2025:5613
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens tegemoetkoming UWV in arbeidsongeschiktheidsuitkering
Verzoeker had beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin werd bepaald dat hij geen recht had op een IVA-uitkering vanaf 1 januari 2020 vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Het UWV heeft dit besluit op 12 februari 2025 gewijzigd en erkend dat verzoeker volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is, waardoor hij recht heeft op een IVA-uitkering vanaf genoemde datum.
Naar aanleiding hiervan heeft verzoeker zijn beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenveroordeling van het UWV. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren, waarbij het UWV instemde met de proceskostenveroordeling. De rechtbank heeft vervolgens zonder zitting uitspraak gedaan.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoeker is tegemoetgekomen en wijst het verzoek tot proceskostenveroordeling toe. De vergoeding bestaat uit een vast bedrag per proceshandeling voor de gemachtigde en een vergoeding voor de kosten van een ingeschakelde deskundige, waarbij alleen de kosten van de deskundige zelf worden vergoed en niet de administratieve ondersteuning. Tevens moet het UWV het door verzoeker betaalde griffierecht vergoeden.
De totale proceskostenveroordeling bedraagt €4.715,92, bestaande uit €2.721,- voor rechtsbijstand en €1.994,92 voor deskundigenkosten. De uitspraak is gedaan door rechter A.G.J.M. de Weert op 21 augustus 2025.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €4.715,92 aan proceskosten aan verzoeker.