ECLI:NL:RBZWB:2025:5583
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Naheffingsaanslag BPM terecht opgelegd ondanks gebreken taxatierapporten
Belanghebbende maakte bezwaar tegen naheffingsaanslagen BPM voor vier auto's, waarbij hij zich baseerde op taxatierapporten met aanzienlijke schadewaarderingen. De inspecteur voerde hertaxaties uit die lagere schadebedragen en hogere handelsinkoopwaarden vaststelden.
De rechtbank oordeelde dat de taxatierapporten van belanghebbende gebreken vertoonden, zoals het ontbreken van motivering voor handelsmarges en onlogische waarderingen die niet strookten met de feitelijke inkoopprijzen. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat de auto's meer schade hadden dan door de inspecteur vastgesteld.
Voor auto 3 concludeerde de rechtbank dat de door belanghebbende gestelde schade niet kon worden waargenomen bij nacontrole, waardoor geen schadevergoeding werd toegekend. De rechtbank volgde de inspecteur in de waardering van de auto's en verklaarde het beroep ongegrond.
De belastingrentebeschikking werd eveneens bevestigd omdat deze volgt uit de naheffingsaanslag. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend en het griffierecht blijft voor rekening van belanghebbende.
De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 20 augustus 2025 en is openbaar gemaakt.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag BPM wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.