Verzoekers, ouders en wettelijke vertegenwoordigers van twee minderjarige kinderen, hebben bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant verzocht om machtiging om namens hun kinderen de nalatenschap van een in Engeland overleden erflater te verwerpen.
De kantonrechter beoordeelde eerst de rechtsmacht en toepasselijk recht, waarbij werd vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat de minderjarigen in Nederland wonen. De beoordeling van het verzoek vindt plaats op basis van Nederlands recht, waarbij toestemming van de kantonrechter vereist is om namens minderjarigen een nalatenschap te verwerpen.
Hoewel de nalatenschap in Engeland is opengevallen en het Engelse internationaal privaatrecht van toepassing is op de erfopvolging, ligt de beoordeling van de machtiging tot verwerping bij de Nederlandse kantonrechter. Verzoekers hebben aannemelijk gemaakt dat de nalatenschap negatief is of dat het positieve saldo gering is, zodat het niet van hen kan worden gevergd de afwikkeling op zich te nemen.
De machtiging wordt verleend voor een periode van drie maanden, waarbinnen verzoekers namens de minderjarigen de nalatenschap kunnen verwerpen. Na deze termijn vervalt de machtiging en kunnen de minderjarigen alleen nog beneficiair aanvaarden.