ECLI:NL:RBZWB:2025:5495

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 juni 2025
Publicatiedatum
15 augustus 2025
Zaaknummer
C/02/436265 / JE RK 25-1027
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Duinhof
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.1.2 JeugdwetArt. 6.1.3 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging gesloten jeugdhulp voor langdurige uithuisplaatsing minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige die ernstige gedragsproblemen vertoont. De minderjarige verblijft sinds 4 juli 2024 onder toezicht en is meerdere malen geplaatst in gesloten accommodaties vanwege escalaties en onhandelbaar gedrag.

Tijdens de mondelinge behandeling op 11 juni 2025 zijn de minderjarige, haar advocaat, de moeder en een vertegenwoordiger van de GI gehoord. De kinderrechter heeft ook met de minderjarige gesproken en haar verhaal samengevat.

De GI verzoekt om verlenging van de machtiging voor negen maanden, terwijl de minderjarige en haar advocaat een kortere duur wensen. De moeder begrijpt de noodzaak van hulpverlening maar vindt negen maanden lang.

De kinderrechter oordeelt dat de spoedmachtiging niet wordt herroepen wegens het ontbreken van nieuwe feiten. De reguliere machtiging wordt toegewezen tot het einde van de ondertoezichtstelling op 4 juli 2025, omdat er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn en passende hulp noodzakelijk is. Verdere behandeling van het resterende verzoek wordt aangehouden.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een machtiging voor gesloten jeugdhulp tot 4 juli 2025 en wijst het resterende spoedmachtigingsverzoek af.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Middelburg
Zaaknummer: C/02/436265 / JE RK 25-1027
Datum uitspraak: 11 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
STICHTING JEUGDBESCHERMING WEST ZEELAND, gevestigd te Middelburg,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige] ,
advocaat mr. mr. N. Wouters te Middelburg.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] .
De kinderrechter merkt als informant aan:
[de vader] ,hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verloop van de procedure

In de procedure met zaaknummer C/02/436152 / JE RK 25-1008 (spoedmachtiging)
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 5 juni 2024 met alle daarin genoemde stukken;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 11 juni 2025.
In de procedure met zaaknummer C/02/436265 / JE RK 25-1027 (reguliere machtiging)
1.2.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
  • de beschikking van 5 juni 2024 met alle daarin genoemde stukken;
  • de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 11 juni 2025.
1.3.
Op 11 juni 2025 heeft de kinderrechter beide zaken, gelet op de onderlinge samenhang, tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren gelijktijdig behandeld.
Daarbij waren aanwezig:
- [minderjarige] met haar advocaat;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.4.
De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.

2.De feiten

2.1.
Voor zover de kinderrechter dat uit de beschikbare stukken kan afleiden is de moeder belast met het ouderlijk gezag.
2.2.
Bij beschikking van 4 juli 2024 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met
ingang van 4 juli 2024 en tot 4 juli 2025. Daarnaast is een machtiging tot uithuisplaatsing
van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 4
juli 2024 en tot 4 januari 2025.
2.3.
Bij beschikking van 23 december 2024 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor
jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 23 december
2024 en tot 6 januari 2025.
2.4.
Bij beschikking van 3 januari 2025 heeft de kinderrechter een machtiging om
[minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend voor de
duur van twee maanden, te weten met ingang van 3 januari 2025 tot 3 maart 2025. Het
resterende deel van het verzoek is aangehouden.
2.5.
Bij beschikking van 28 februari 2025 heeft de kinderrechter de machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlengd voor de duur van één maand, te weten met ingang van 3 maart 2025 en tot 3 april 2025.
2.6.
Bij beschikking van 2 april 2025 heeft de kinderrechter een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 2 april 2025 en tot 4 juli 2025.
2.7.
Bij beschikking van 5 juni 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken, te weten met ingang van 5 juni 2025 tot 19 juni 2025.
2.8.
[minderjarige] verblijft op basis van het voorgaande bij [accommodatie] in [plaats] .

3.De verzoeken

In de procedure met zaaknummer C/02/436152 / JE RK 25-1008 (spoedmachtiging)
3.1.
De GI verzoekt een spoedmachtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van vier weken. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.
3.2.
Thans ligt ter beoordeling voor of sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding om de afgegeven spoedmachtiging met ingang van heden te herroepen, alsmede het resterende deel van de spoedmachtiging om [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te doen opnemen en te doen verblijven, te weten van 19 juni 2025 tot 3 juli 2025.
In de procedure met zaaknummer C/02/436265 / JE RK 25-1027 (reguliere machtiging)
3.3.
De GI verzoekt daarnaast om aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlenen voor de duur van negen maanden.

4.De standpunten

4.1.
De GI handhaaft haar verzoeken. De GI is van mening dat een machtiging voor de duur van negen maanden passend is, omdat er een verandering in de situatie van [minderjarige] moet komen in het kader van een rustige setting. Niet verwacht kan worden dat er een verandering plaatsvindt zonder behandeling. Voorafgaand aan de plaatsing bij [jeugdhulp] ging het goed met [minderjarige] , reden waarom zij bij [accommodatie] weg mocht. Bij [jeugdhulp] is zij weer teruggevallen in haar oude gedrag. Voorkomen moet worden dat dit patroon zich steeds herhaalt. Bij [accommodatie] zal worden gestart met schematherapie. In de open setting is dit niet opgestart. De GI vermoedt dat het daar is misgegaan.
4.2.
Door en namens [minderjarige] is aangegeven dat het verhaal wat de GI naar voren brengt niet helemaal klopt. Dit is te eenzijdig. [minderjarige] geeft wel aan aandeel te hebben gehad in de conflicten die er zijn geweest, maar het verhaal heeft twee kanten. [minderjarige] heeft meermaals geprobeerd met de medewerkers van [jeugdhulp] in gesprek te gaan, maar dit is niet gelukt. Op dit moment is er geen alternatief voor [accommodatie] . Wel is het belangrijk dat wanneer een nieuwe open groep gevonden wordt, er een aantal voorwaarden zullen gelden waar [minderjarige] zich aan zal moeten houden, in de vorm van een voorwaardelijke machtiging. Het lijkt [minderjarige] zelf ook een goed idee als de komende periode gaat worden gekeken naar diagnostiek en dat passende hulpverlening wordt opgestart. Bij [jeugdhulp] zou [minderjarige] ook therapie krijgen, maar dit heeft zij nooit gehad. De advocaat van [minderjarige] geeft aan dat de ondertoezichtstelling 4 juli 2025 afloopt en deze machtiging niet langer kan duren dan tot die datum. Het meest praktisch zal zijn het overige deel van het verzoek aan te houden. [minderjarige] zelf wil nog maar twee maanden bij [accommodatie] verblijven, in plaats van drie. Negen maanden is wel heel erg lang.
4.3.
De moeder geeft aan dat ze het met niemand oneens is. Ze snapt dat negen maanden heel lang klinkt, maar ze snapt ook dat tijd nodig is om onderzoek te doen. Het is jammer dat er nu pas na jaren naar diagnostiek wordt gekeken.

5.De beoordeling

In de procedure met zaaknummer C/02/436152 / JE RK 25-1008 (spoedmachtiging)
5.1.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.3, tweede lid, Jeugdwet, dient onmiddellijke verlening van jeugdzorg noodzakelijk te zijn in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen van de jeugdige die de ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren of een ernstig vermoeden daarvan. Bovendien dient een uithuisplaatsing noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan de zorg die de jeugdige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken. Tevens dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.2.
De kinderrechter moet, voordat het reguliere verzoek inhoudelijk kan worden beoordeeld, in eerste instantie bepalen of de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp al dan niet moet worden herroepen. Bij beschikking van de kinderrechter van 5 juni 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor de duur van twee weken en iedere verdere beslissing aangehouden, zonder voorafgaand verhoor van de belanghebbenden. De GI en de belanghebbenden zijn tijdens de mondelinge behandeling op 11 juni 2025 in de gelegenheid gesteld hun standpunt kenbaar te maken.
5.3.
Naar aanleiding daarvan oordeelt de kinderrechter dat niet gebleken is dat sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die aanleiding geven tot een ander oordeel. De eerder verleende spoedmachtiging zal dus niet worden herroepen. Daarnaast zal de kinderrechter het resterende deel van de verzochte spoedmachtiging gesloten jeugdhulp s afwijzen, nu zal worden beslist op het reguliere verzoek tot machtiging gesloten jeugdhulp.
In de procedure met zaaknummer C/02/436265 / JE RK 25-1027 (reguliere machtiging)
5.4.
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en het verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. Tevens dienen er geen minder ingrijpende mogelijkheden te zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen.
5.5.
De onafhankelijke gedragswetenschapper, dhr. [naam] , heeft schriftelijk ingestemd met een machtiging gesloten jeugdhulp voor de duur van drie maanden. Dit blijkt uit de verklaring van 11 juni 2025.
5.6.
De kinderrechter zal het verzoek van de GI toewijzen en de (reguliere) machtiging om [minderjarige] te doen opnemen en verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 4 juli 2025, onder aanhouding van het resterende deel van het verzoek.
5.7.
De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt. [minderjarige] is na een periode bij [accommodatie] te hebben verbleven onlangs naar een open groep gegaan bij [jeugdhulp] . Gebleken is dat dit niet goed is gegaan. Bij [jeugdhulp] vertoonde [minderjarige] opnieuw onhandelbaar en ongewenst gedrag; er was sprake van verbale en fysieke escalaties en alcohol- en drugsgebruik. Daarnaast liep [minderjarige] geregeld weg van de groep, hield zij zich niet aan afspraken. Zij was hierin niet te corrigeren. Langer verblijf bij [jeugdhulp] was om deze reden onhoudbaar geworden. Van groot belang is dat op korte termijn duidelijkheid komt over passende individuele hulpverlening, waarbij inzicht wordt verkregen in de (oorzaak van de) problematiek van [minderjarige] door middel van diagnostisch onderzoek, waarna gerichte hulpverlening kan worden ingezet. Van [minderjarige] kan en mag niet verwacht worden dat zij zonder passende hulpverlening een blijvende gedragsverandering realiseert. Ook zal moeten worden gekeken naar wat een passende vervolgplek voor [minderjarige] is, waar zij de benodigde hulp en sturing kan krijgen. Er zijn op dit moment geen minder ingrijpende mogelijkheden om de opgroei- en opvoedingsproblemen van [minderjarige] te behandelen en haar veiligheid te kunnen waarborgen.
5.8.
De kinderrechter zal het resterende deel van het verzoek aanhouden en bepaalt dat de nadere mondelinge behandeling zal plaatsvinden op
[datum] 2025 te [uur] ,gezamenlijk met de behandeling van het verzoek van de GI tot verlenging van de ondertoezichtstelling in de zaak met zaaknummer C/02/435167 JE RK 25-863. Verdere informatie voorafgaand aan deze mondelinge behandeling behoeft niet te worden overgelegd.

6.De beslissing

De kinderrechter:
In de procedure met zaaknummer C/02/436152 / JE RK 25-1008 (spoedmachtiging)
6.1.
wijst het resterende deel van het verzoek tot het verlenen van een spoedmachtiging om [minderjarige] te doen opnemen en verblijven in een accommodatie voor jeugdhulp af;
In de procedure met zaaknummer C/02/436265 / JE RK 25-1027 (reguliere machtiging)
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 juni 2025 tot 4 juli 2025;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder en [minderjarige] en haar advocaat op te verschijnen tijdens de zitting van mr. Duinhof van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Middelburg, in het gerechtsgebouw aan Kousteensedijk 2 te Middelburg,
op [datum] 2025 te [uur] ,teneinde nader op het verzoek te worden gehoord;
6.4.
bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting;
6.5.
vraagt de griffier de vader op te roepen.
6.6.
behoudt zich iedere verdere beslissing voor.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2025 door mr Duinhof, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Oude Weernink als griffier, en op schrift gesteld op 20 juni 2025
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.