ECLI:NL:RBZWB:2025:5465
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Wraking
- ing. Peters
- Zander
- Marsé
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek rechter belastingzaken kennelijk ongegrond verklaard
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. Burgers, de belastingrechter in de hoofdzaken BRE 24/5733 en BRE 24/5734. Verzoeker gaf tijdens de zitting aan een langdurig conflict te hebben met de Belastingdienst en het Openbaar Ministerie en kampte met medische klachten. Na sluiting van het onderzoek en mededeling van een uitspraak binnen zes weken, diende verzoeker het wrakingsverzoek in.
De wrakingskamer toetste het verzoek aan artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij wordt uitgegaan van de vermoede onpartijdigheid van rechters. Alleen bij uitzonderlijke omstandigheden kan een rechter worden gewraakt wegens vermeende vooringenomenheid. De kamer concludeerde dat de aangevoerde gronden geen zwaarwegende aanwijzingen bevatten voor een gebrek aan onpartijdigheid.
Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond verklaard en werd de mondelinge behandeling achterwege gelaten conform het wrakingsprotocol van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. De behandeling van de hoofdzaken wordt voortgezet zoals die was voor de schorsing. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de belastingrechter is kennelijk ongegrond verklaard en de behandeling van de hoofdzaken wordt voortgezet.