Op 28 februari 2024 heeft verdachte in een wachtruimte van de Forensisch Psychiatrische Afdeling van een GGZ-kliniek met twee broodsmeermessen meerdere keren in de richting van zijn behandelaar gestoken. De behandelaar, die als ambtenaar wordt aangemerkt, kon zich verdedigen met een stoel, waarbij de stoel meerdere snedes opliep. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte poging tot zware mishandeling heeft gepleegd met bewust aanvaarden van de aanmerkelijke kans op zwaar lichamelijk letsel.
Verdachte leed ten tijde van het incident aan een chronisch psychotisch toestandsbeeld voortkomend uit schizofrenie, waardoor zijn toerekeningsvatbaarheid sterk verminderd is. Hij vertoonde een hoog recidiverisico en ontbrak ziekte-inzicht. De rechtbank volgt het advies van het Pieter Baan Centrum en legt een tbs-maatregel met verpleging van overheidswege op, gecombineerd met een gevangenisstraf van zes maanden, met aftrek van het voorarrest.
Een eerdere voorwaardelijke straf van twee maanden wordt niet ten uitvoer gelegd vanwege de omstandigheden en de opgelegde maatregel. De rechtbank benadrukt de ernst van het feit en het belang van langdurige behandeling en veiligheid van de maatschappij.