ECLI:NL:RBZWB:2025:5375

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
11 augustus 2025
Publicatiedatum
12 augustus 2025
Zaaknummer
25/2986
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling tegen niet tijdig beslissen UWV

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het volgens haar niet tijdig had beslist op haar bezwaar tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering van 22 oktober 2024.

De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is. Volgens de Algemene wet bestuursrecht moet een betrokkene eerst een ingebrekestelling sturen aan het bestuursorgaan, waarna pas beroep kan worden ingesteld als het bestuursorgaan binnen twee weken niet beslist.

Eiseres heeft het UWV op 15 mei 2025 in gebreke gesteld, maar de rechtbank oordeelt dat dit te vroeg was omdat de beslistermijn tot en met 23 juli 2025 liep. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en kan de rechtbank het niet inhoudelijk behandelen.

Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter I.M. Josten en griffier J. Stevens op 11 augustus 2025.

Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroege ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/2986 WIA

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op het bezwaar tegen de beslissing van 22 oktober 2024 inzake de beëindiging van haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA).
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
3. Als de betrokkene de ingebrekestelling te vroeg stuurt, is het beroep niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan beoordelen.
3.1.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat het UWV tot en met 23 juli 2025 de tijd had om te beslissen. De rechtbank verwijst hierbij naar het verweerschrift van het UWV van 8 juli 2025. Eiseres heeft het UWV op 15 mei 2025 in gebreke gesteld. Op dat moment was de beslistermijn echter nog niet verstreken.
4. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet kan beoordelen. Voor een proceskosten-veroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Josten, rechter, in aanwezigheid van J. Stevens, griffier, op 11 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.