ECLI:NL:RBZWB:2025:5367
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van de Opiumwet
Verzoeker maakte bezwaar tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Tholen om een woning te sluiten voor de duur van drie maanden op grond van de Opiumwet. Hij verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om de sluiting te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat op grond van artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Omdat het verzoek op 7 augustus 2025 werd ingediend en de sluiting gepland stond op 8 augustus 2025 om 12.00 uur, was er onvoldoende tijd om een weloverwogen oordeel te geven vóór het tijdstip van sluiting.
De burgemeester was niet bereid de uitspraak van de voorzieningenrechter af te wachten. Daarom schorst de voorzieningenrechter het bestreden besluit bij wijze van voorlopige voorziening tot uiterlijk twee weken na de uitspraak. Dit om onomkeerbare gevolgen te voorkomen en het belang van de burgemeester te respecteren door een zitting op korte termijn te plannen. De schorsing is voorlopig en niet bindend voor de verdere procedure.
Uitkomst: De voorzieningenrechter schorst de sluiting van de woning voorlopig tot uiterlijk twee weken na de uitspraak.