Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5307

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-004855
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 SvArt. 33a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrondverklaring klaagschrift tegen voortduren beslag Volkswagen Arteon

Op 23 januari 2025 is in Tilburg een Volkswagen Arteon in beslag genomen die afkomstig was van een organisatie die bekendstaat om het faciliteren van gestolen voertuigen en kentekenplaten voor het criminele circuit. Klager stelde zich op het standpunt rechthebbende te zijn van de auto en verzocht om teruggave, stellende dat hij de auto recentelijk in Duitsland had gekocht zonder strafbaar handelen.

De rechtbank heeft het klaagschrift op grond van artikel 552a Sv beoordeeld. Uit de stukken bleek dat meerdere partijen claimen rechthebbende te zijn, maar klager kon dit niet voldoende onderbouwen, aangezien hij slechts een Duitse factuur overlegde en een bankafschrift op naam van een ander bedrijf. Bovendien was de auto in beslag genomen onder een andere persoon dan klager.

De rechtbank oordeelde dat het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zal bevelen. Klager wordt niet als redelijkerwijs rechthebbende aangemerkt, waardoor het klaagschrift ongegrond wordt verklaard.

Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en het beslag op de Volkswagen Arteon blijft gehandhaafd.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk.nummer: 25-004855
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1983 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. F.D.W. Siccama,
H.J.E. Wenckebachweg 150 D, 1114 AD Amsterdam-Duivendrecht

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 18 februari 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • de kennisgeving van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, waaruit blijkt dat op 23 januari 2025 in Tilburg een personenauto, Volkswagen Arteon, in beslag is genomen;
  • de reactie van de officier van justitie en
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 3 juni 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. M.D. Jansen als gemachtigd, waarnemend, advocaat van klager gehoord.
Klager is behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klager wordt aangevoerd dat klager de rechthebbende is op de in beslag genomen Volkswagen. Er zouden (ver)vals(te) kentekenplaten op de auto zitten. Klager heeft hier geen wetenschap van (gehad). Klager heeft de auto recentelijk in Duitsland aangeschaft en niet door enig strafbaar handelen verkregen. Daarnaast meent klager dat voortduring van het beslag niet proportioneel is. Klager verzoekt de rechtbank zijn klaagschrift gegrond te verklaren onder teruggave van de auto aan klager.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de in beslag genomen personenauto een spookvoertuig betreft. De registratie van de Volkswagen is verstreken op 26 juli 2024 en de auto was voorzien van ongeldige kentekenplaten. Bij de inbeslagname bleek dat dat de auto vanuit E&A Customs in Tilburg werd vervoerd naar een locatie in Utrecht. E&A staat bij het Openbaar Ministerie bekend als een onderneming die gestolen voertuigen en kentekenplaten faciliteert voor het criminele circuit. Daarnaast zeggen meerdere partijen de redelijkerwijs rechthebbende over het voertuig te zijn zonder dat zij dit kunnen aantonen. De officier van justitie meent dan ook dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave van de personenauto aan klager en dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer van deze personenauto zal bevelen.

2.De beoordeling

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het klaagschrift.
Het klaagschrift is tijdig ingediend en klager is ontvankelijk in zijn beklag.
Bij de beoordeling stelt de rechtbank voorop dat het onderzoek in raadkamer een summier karakter heeft. Dat betekent dat van de rechter niet kan worden gevraagd ten gronde in de mogelijke uitkomst van een nog te voeren hoofdzaak of ontnemingsprocedure te treden.
De rechtbank overweegt over het klaagschrift tegen het strafvorderlijk beslag dat is gelegd op grond van artikel 94 Sv Pro als volgt.
Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, moet de rechter, bij een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag:
a. beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo nee,
b. de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende vandat voorwerp moet worden beschouwd.
In dit laatste geval moet het klaagschrift van de beslagene ongegrond worden verklaard.
Het beslag op de voorwerpen blijft gehandhaafd als er een strafvorderlijk belang is op grond van artikel 94 Sv Pro. Dat is het geval wanneer:
- de desbetreffende voorwerpen kunnen dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring van het voorwerp zal bevelen en/of
- het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de onttrekking aan het verkeer van het voorwerp zal bevelen.
In dit geval is klager een ander dan degene tegen wie het strafvorderlijk onderzoek zich richt. Klager stelt rechthebbende te zijn. en klaagt over de voortduring van het beslag en het uitblijven van een last tot teruggave. De rechtbank zal dan bij de beoordeling ook rekening moeten houden met art. 33a, tweede lid aanhef en onder a, Sr. In dit artikel is bepaald onder welke voorwaarden een voorwerp dat niet aan een veroordeelde toebehoort kan worden verbeurd verklaard. Die verbeurdverklaring is mogelijk als de rechthebbende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat er - kort gezegd - een relatie bestaat tussen het voorwerp en een strafbaar feit.
De rechtbank maakt uit het verhandelde in raadkamer en de haar beschikbare raadkamerstukken op dat er op 23 januari 2025 te Tilburg een personenauto onder [naam] in beslag is genomen. Vervolgens passeren er meerdere personen de revue die claimen de redelijkerwijs rechthebbende over de personenauto te zijn en dat proberen te onderbouwen met stukken. De personenauto was bij de inbeslagname afkomstig uit een organisatie die bij het Openbaar Ministerie gekend en bekend is vanwege het faciliteren van (gestolen) voertuigen en kentekenplaten voor het criminele circuit. Klager onderbouwt zijn eigenaarschap zeer summierlijk en meer dan een (Duitse) factuur voor een Volkswagen Arteon en een bankafschrift op naam van een ander dan klager, namelijk [bedrijf] wordt niet overgelegd. Bovendien is de auto in beslag genomen onder een persoon die klager niet lijkt te kennen. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat klager vooralsnog niet als redelijkerwijs rechthebbende op de personenauto kan worden aangemerkt. De rechtbank zal het klaagschrift dan ook ongegrond verklaren.

3.De beslissing

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.
Deze beslissing is op 20 juni 2025 genomen door mr. J.C.A.M. Los rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.F. van Klaveren en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2025.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen deze beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na dagtekening van deze beslissing en door de klager binnen veertien dagen na de betekening van deze beslissing
beroep in cassatieworden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden te 's-Gravenhage (artikel 552d lid 2 Wetboek van Strafvordering).