Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5306

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
20 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-009451
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 94 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring rechtbank in zaak teruggave in beslag genomen telefoon

Klaagster verzocht de rechtbank Zeeland-West-Brabant om teruggave van een iPhone die op 31 maart 2025 bij haar in Rotterdam in beslag was genomen op verzoek van Duitse autoriteiten in het kader van een Europees onderzoeksbevel. De officier van justitie stelde dat het beslag gehandhaafd moest blijven en dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd was omdat de inbeslagneming in dat arrondissement had plaatsgevonden.

Tijdens de raadkamerzitting op 3 juni 2025, waarbij klaagster en haar advocaat niet aanwezig waren, werd de bevoegdheid van de rechtbank besproken. De rechtbank kon echter geen aanknopingspunten vinden met het arrondissement Zeeland-West-Brabant en verklaarde zich daarom onbevoegd om het klaagschrift te behandelen.

De rechtbank verwees het klaagschrift naar de rechtbank Rotterdam voor verdere behandeling, aangezien de inbeslagneming in Rotterdam had plaatsgevonden en dat arrondissement derhalve bevoegd was. De beslissing werd genomen op 20 juni 2025 en uitgesproken in een openbare zitting.

Uitkomst: De rechtbank Zeeland-West-Brabant verklaart zich onbevoegd en verwijst het klaagschrift door naar de rechtbank Rotterdam.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: -
rk-nummer: 25-009451
Beslissing op het klaagschrift ex artikel 552a Sv van:
[klager]geboren op [geboortedag] 1989,
wonende te [plaats],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M.P.M. Balemans, Singel 450, 1017 AV Amsterdam

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:
  • het klaagschrift op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv), ingediend op 9 april 2025 ter griffie van deze rechtbank;
  • het Europees onderzoeksbevel van 24 februari 2025;
  • de kennisgevingen van inbeslagneming op grond van artikel 94 Sv Pro, van 31 maart 2025;
  • de reactie van de officier van justitie;
  • de mail van 2 juni 2025 van de griffier aan (de advocaat van) klager en de officier van justitie waarin hen namens de rechtbank wordt verzocht zich voorafgaande aan de behandeling in raadkamer uit te laten over de (on)bevoegdheid van de rechtbank Zeeland-West-Brabant;
  • de reactie daarop van de officier van justitie van 3 juni 2025 waarin zij onder meer, voor zover hier van belang, zich op het standpunt stelt dat de rechtbank Zeeland-West-Brabant bevoegd is in deze, omdat de telefoon(s) door de politie in dat arrondissement in beslag zijn genomen, ter uitvoering van het Duitse EOB (de advocaat van klaagster heeft niet gereageerd op namens de rechtbank gestelde vraag van de griffier);
  • de overige stukken uit het bijbehorende raadkamerdossier met voornoemd raadkamernummer.
Op 3 juni 2025 heeft het onderzoek in de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij is de officier van justitie gehoord.
Klaagster en haar advocaat zijn behoorlijk opgeroepen, maar niet bij de behandeling van het klaagschrift verschenen.
Namens klaagster wordt aangevoerd dat er op 31 maart 2025 een doorzoeking is geweest op haar adres in Rotterdam waarbij een telefoon (iPhone) in beslag is genomen. De iPhone is van groot belang voor klaagster. Klaagster verzoekt de rechtbank tot teruggave van de telefoon te beslissen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat teruggave van de telefoon niet aan de orde is. Het beslag dient gehandhaafd te blijven.

2.De beoordeling

De telefoon waarover wordt geklaagd is op verzoek van de Duitse autoriteiten in het kader van in Duitsland gepleegde strafbare feiten in beslag genomen onder klaagster in Rotterdam. Uit de overgelegde (beslag)stukken kan de rechtbank geen aanknopingspunt met het arrondissement Zeeland-West-Brabant afleiden, zodat de rechtbank zich onbevoegd zal verklaren van het klaagschrift kennis te nemen. Zij zal het klaagschrift ter verdere behandeling verwijzen naar de rechtbank Rotterdam.

3.De beslissing

De rechtbank
- verklaart zich onbevoegd het verzoekschrift te behandelen en verwijst het klaagschrift naar de rechtbank Rotterdam voor de verdere behandeling daarvan.
Deze beslissing is op 20 juni 2025 genomen door mr. J.C.A.M. Los rechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.F. van Klaveren en J. van ‘t Westende, griffiers, en is uitgesproken op de openbare zitting van 20 juni 2025.