ECLI:NL:RBZWB:2025:5295
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring bezwaar tegen opname DNA-profiel na vernieling met verzwarende omstandigheden
De veroordeelde is op 11 oktober 2024 veroordeeld voor het opzettelijk en wederrechtelijk vernielen van enig goed, waarbij sprake was van verzwarende omstandigheden. Naar aanleiding hiervan werd op 4 december 2023 een bevel gegeven tot afname van DNA-materiaal, dat op 30 november 2024 is afgenomen.
De veroordeelde maakte bezwaar tegen het bepalen en verwerken van zijn DNA-profiel, stellende dat gezien de aard van het misdrijf en bijzondere omstandigheden het DNA-profiel niet van betekenis zou zijn voor de strafrechtspleging. De rechtbank behandelde het bezwaar op 27 mei 2025 in besloten raadkamer, waarbij de advocaat van de veroordeelde en de officier van justitie werden gehoord.
De rechtbank oordeelde dat het vernielingsmisdrijf voldoet aan de vereisten van artikel 67 Sv Pro en dat het DNA-onderzoek een bijdrage kan leveren aan de opsporing en vervolging van strafbare feiten. De ernst van het feit, mede door het gebruik van geweld en de context van de relatie met het slachtoffer, maakt opname van het DNA-profiel proportioneel en relevant.
Daarom verklaarde de rechtbank het bezwaar ongegrond en handhaafde het bevel tot DNA-afname en verwerking. De beslissing werd op 10 juni 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter J.C. Gillesse.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel is ongegrond verklaard vanwege de ernst van het misdrijf.