Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5288

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 juni 2025
Publicatiedatum
8 augustus 2025
Zaaknummer
RK 25-005292
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Ontslag van rechtsvervolging
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na ontslag van alle rechtsvervolging wegens ongeldig rijbewijs

Verzoeker werd verdacht van het rijden met een ongeldig of geschorst rijbewijs. Op 11 december 2024 sprak de politierechter verzoeker vrij door ontslag van alle rechtsvervolging. Verzoeker maakte kosten voor rechtsbijstand ter hoogte van € 2.481,83 en diende een verzoek in op grond van artikel 530 Sv Pro om vergoeding van deze kosten plus een forfaitaire vergoeding voor het indienen en behandelen van het verzoekschrift.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek gegrond was en wees de kosten van rechtsbijstand toe, evenals een forfaitaire vergoeding van € 680,00 voor de behandeling van het verzoekschrift in de raadkamer. De rechtbank baseerde haar oordeel op billijkheidsoverwegingen en de wettelijke bepalingen van artikel 530 en Pro 534 Sv.

De totale vergoeding van € 3.161,83 zal worden overgemaakt aan de gemachtigde advocaat van verzoeker. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel het Openbaar Ministerie als verzoeker.

Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten rechtsbijstand en forfaitaire vergoeding wordt geheel toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Locatie Breda
parketnummer: 96-086531-24
rk-nummer: 25-005292
Beslissing op het verzoek ex artikel 530 Sv Pro van:
[verzoeker]geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats],
wonende te [adres],
woonplaats kiezende ten kantore van mr. M. Broere, Molenstraat 10, 4701 JS Roosendaal

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 24 februari 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 2.481,83, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 11 december 2024 waarbij verzoeker is ontslagen van alle rechtsvervolging;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 27 mei 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie en mr. J. Rokx als gemachtigd, waarnemend, advocaat van verzoeker gehoord.
Verzoeker is behoorlijk opgeroepen maar niet bij de behandeling van het verzoek verschenen.
Namens verzoeker wordt aangevoerd dat hij door het Openbaar Ministerie werd verdacht van het rijden met een ongeldig/geschorst rijbewijs. De politierechter heeft verzoeker op 11 december 2024 ontslagen van alle rechtsvervolging. Verzoeker heeft door de strafrechtelijke verdenking kosten van rechtsbijstand moeten maken ter hoogte van € 2.481,83 te vermeerderen met de forfaitaire vergoeding voor onderhavig verzoekschrift. Verzoeker vraagt de rechtbank zijn verzoek toe te wijzen.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat gevraagde kosten van rechtsbijstand in zijn geheel toegewezen kunnen worden.

2.De beoordeling

De zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend van de reis- en verblijfskosten die voor het onderzoek en de behandeling van de zaak zijn gemaakt. Er kan ook een vergoeding worden toegekend voor de schade die hij ten gevolge van tijdverzuim door de vervolging en de behandeling van de zaak ter terechtzitting werkelijk heeft geleden. Tot slot kan ook een vergoeding voor de kosten van een raadsman worden toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 2.481,83is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 3.161,83, bestaande uit:
- € 2.481,83 aan kosten van rechtsbijstand en
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 3.161,83zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Stichting Beheer Derdengelden Van Asselt & Broere Strafrechtadvocaten, onder vermelding van “Schadevergoeding [verzoeker]/OM”.
Deze beslissing is op 10 juni 2025 genomen door mr. J.C. Gillesse rechter, in tegenwoordigheid van J. van ‘t Westende, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 10 juni 2025.
De griffier is niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.