ECLI:NL:RBZWB:2025:5117
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet-ontvankelijk verklaard bezwaar aanslag IB/PVV 2020
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2020, die was vastgesteld op een belastbaar inkomen van € 50.269. De inspecteur had het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening, maar had de aanslag wel verminderd tot € 4.269 en de belastingrente tot nihil. De rechtbank stelde vast dat het bezwaar tijdig was ingediend en de niet-ontvankelijkverklaring onterecht was.
Tijdens de zitting verscheen belanghebbende niet, maar de rechtbank oordeelde dat belanghebbende correct was uitgenodigd. De rechtbank beoordeelde vervolgens inhoudelijk de aanslag en de opgelegde verzuimboete van € 385. De aanslag was gebaseerd op een jaaropgave van de gemeente Eindhoven en werd als juist beschouwd. De verzuimboete werd als passend en wettelijk opgelegd beoordeeld, omdat belanghebbende geen aangifte had gedaan ondanks uitnodiging en aanmaning.
De rechtbank handhaafde de aanslag, boetebeschikking en belastingrentebeschikking zoals vastgesteld bij de uitspraak op bezwaar. Omdat het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk was verklaard, werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en het beroep gegrond verklaard. De inspecteur werd verplicht het griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. Een proceskostenvergoeding werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, de uitspraak op bezwaar vernietigd en de aanslag, boete en belastingrente gehandhaafd.