Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
feit 2: samen met een ander in de uitoefening van een beroep of bedrijf hennep heeft geteeld, bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt en/of vervoerd of aanwezig heeft gehad.
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
heeftaangeboden
en heeftverkocht, afgeleverd, verstrekt, en voorhanden gehad, waaronder:
11 januari 2022te [plaats 2] , gemeente Reimerswaal, en/of te Bergen op Zoom , tezamen en in vereniging met een ander, in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk heeft verkocht, afgeleverd, verstrekt en vervoerd, een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennepstekken, zijnde hennepstekken een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
een taakstraf voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren;
75 (vijfenzeventig)dagen;
een gevangenisstraf van 1 (één) maand, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.