De vrouw vordert betaling van een bedrag van €5.066,- van de man wegens terugvordering van teveel ontvangen kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst. Zij baseert haar vordering primair op ongerechtvaardigde verrijking en subsidiair op redelijkheid en billijkheid.
De man voert verweer dat de vrouw zonder zijn medeweten toeslag heeft aangevraagd en dat hij geen voordeel heeft gehad. Hij betwist dat zijn inkomen hoger was dan opgegeven en stelt dat de vrouw de facturen betaalde. Ook betwist hij het bestaan van een stilzwijgende overeenkomst over terugbetaling.
De kantonrechter oordeelt dat de vrouw onvoldoende heeft onderbouwd dat de man is verrijkt en dat het inkomen van de man hoger was dan opgegeven. Ook is niet vastgesteld dat er een overeenkomst was om samen de terugbetaling te dragen. De vordering wordt daarom afgewezen.
Daarnaast wordt de vrouw veroordeeld in de proceskosten vanwege het niet naleven van de substantiëringsplicht en het onnodig starten van de procedure zonder reactie op eerdere verweren van de man.