Uitspraak
[de bewindvoerder] , IN DIENS HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE (TOEKOMSTIGE) GOEDEREN VAN [gedaagde 1],
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze civiele bodemzaak vordert eiser betaling van een huurachterstand van €3.635,00 en ontbinding van de huurovereenkomst tegen de bewindvoerder en huurder. De huurachterstand is ontstaan doordat onduidelijkheid bestond over wie verantwoordelijk was voor betaling. Inmiddels wordt de lopende huur weer tijdig voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat de achterstand en de wettelijke rente betaald moeten worden, maar dat ontbinding van de huurovereenkomst niet gerechtvaardigd is. Ondanks een achterstand van vier maanden, weegt de rechter mee dat de lopende huur inmiddels wordt betaald en dat de achterstand in stapjes kan worden ingelopen, mede dankzij een meevaller in de zorgtoeslag.
De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt daarom afgewezen. De bewindvoerder en huurder worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurachterstand en rente worden toegewezen, maar de ontbinding van de huurovereenkomst wordt afgewezen wegens persoonlijke omstandigheden en betalingsinzet.