ECLI:NL:RBZWB:2025:4969

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
31 juli 2025
Publicatiedatum
31 juli 2025
Zaaknummer
C/02/424832 / FA RK 24-3354 en C/02/433894 / FA RK 25-1758
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Dijkman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot herstel ouderlijk gezag en wijziging verblijf minderjarige

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 29 juli 2025 een mondelinge behandeling gehouden inzake twee verzoeken: het herstel van het ouderlijk gezag van de vrouw over haar minderjarige kind en een verzoek tot wijziging van het verblijf van de minderjarige.

De verzoeken werden ingediend door de vrouw en de gecertificeerde instelling (de voogdes). De pleegouders, eveneens belanghebbenden, waren ondanks oproep niet aanwezig. De Raad voor de Kinderbescherming was betrokken als adviseur in de procedure.

Tijdens de zitting gaf de Raad een positief advies over het herstel van het gezag, onder voorbehoud van een positieve uitkomst van een geplande Jeugdbeschermingstafel (JBT) op 31 juli 2025. Ook de gecertificeerde instelling stond positief tegenover het herstel van het gezag.

De rechtbank besloot de zaken aan te houden voor een maand, in afwachting van het verslag van de JBT waarin het advies en een borgingsplan worden opgenomen. Na indiening van het verslag krijgt de advocaat van de vrouw een week om te reageren, waarna binnen vier weken uitspraak wordt verwacht.

Uitkomst: De rechtbank houdt de zaken aan in afwachting van het advies en verslag van de Jeugdbeschermingstafel.

Uitspraak

proces-verbaal

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht
Zittingsplaats: Middelburg
Zaaknummers: C/02/424832 / FA RK 24-3354 (
herstel ouderlijk gezag)
en C/02/433894 / FA RK 25-1758 (
toestemming wijziging verblijf)
Proces-verbaal van de mondelinge behandeling van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 29 juli 2025
Tegenwoordig zijn: mr. Dijkman, rechter, tevens kinderrechter, en mr. Vork, griffier.
De rechtbank gaat over tot behandeling van de zaak:

[de vrouw] ,

verzoekster in zaaknummer
C/02/424832 / FA RK 24-3354,
belanghebbende in zaaknummer
C/02/433894 / FA RK 25-1758,
hierna te noemen: de vrouw,
wonende te [woonplaats 1] ,
advocaat: mr. W. van der Sande te Goes,
en

WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,

belanghebbende in zaaknummer
C/02/424832 / FA RK 24-3354,
verzoekster in zaaknummer
C/02/433894 / FA RK 25-1758,
hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (de GI)/de voogdes,
gevestigd te Amsterdam.
over de minderjarige:
[minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2012, hierna te noemen: [minderjarige] .
Als belanghebbenden in onderhavige zaken worden aangemerkt:

[de pleegouders],

hierna te noemen: de pleegouders,
wonende te [woonplaats 2].
Op grond van het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
- de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Middelburg,
hierna te noemen: de Raad, om de rechtbank over de verzoeken te adviseren.
De verzoeken zijn mondeling behandeld op 29 juli 2025. Bij die behandeling zijn de vrouw met mr. Van der Sande gekomen. Ook waren er een tweetal vertegenwoordigsters namens de GI aanwezig en een vertegenwoordiger namens de Raad.
Ondanks behoorlijk te zijn oproepen, zijn de pleegouders niet verschenen.
Verklaard is als volgt: P.M.
Hierop is het verhoor beëindigd.
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er op 31 juli 2025 een Jeugdbeschermingstafel (hierna: JBT) is gepland, waarbij (in ieder geval) de vrouw, de betrokken hulpverlening, de GI en de Raad aanwezig zullen zijn. Tijdens de JBT zal de situatie rondom [minderjarige] en de mogelijkheid om het gezag van de vrouw te herstellen worden besproken en zal er (een opzet voor) een borgingsplan worden opgesteld. De Raad heeft tijdens de mondelinge behandeling een positief advies gegeven ten aanzien van het herstellen van het gezag van de vrouw onder voorbehoud van een positieve beslissing door de JBT en het opstellen van een borgingsplan. Ook de GI heeft laten weten hier positief tegenover te staan.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank, met instemming van partijen, de zaken aanhouden voor de duur van een maand in afwachting van de indiening van het verslag van de JBT (waaruit onder meer het advies/standpunt van de Raad over het herstel van het gezag van de vrouw en over de inhoud van het borgingsplan volgt) door de GI. Tijdens de mondelinge behandeling is met partijen afgesproken dat mr. Van der Sande vervolgens een week de tijd heeft om te reageren, nadat de GI het verslag van de JBT bij de rechtbank heeft ingediend. Daarna zal de rechtbank in beginsel binnen vier weken uitspraak doen.
Waarvan proces-verbaal.