De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling om de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige te verlengen tot haar meerderjarigheid. De minderjarige woont sinds oktober 2024 bij pleegouders vanwege een ernstig verstoorde verstandhouding met haar ouders, die het contact vrijwel hebben verbroken. De kinderrechter heeft de zaak behandeld op 17 juli 2025, waarbij de ouders en pleegouders niet aanwezig waren, maar de minderjarige haar mening schriftelijk kenbaar maakte.
Uit de beoordeling blijkt dat de minderjarige zich zonder de maatregelen niet veilig voelt en dat de doelen van eerdere hulpverlening niet zijn behaald. De kinderrechter stelt vast dat de ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige niet kan worden weggenomen zonder de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De ouders zijn welwillend maar hun aanpak sluit niet aan bij de behoeften van de minderjarige.
De kinderrechter besluit daarom de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing te verlengen tot de meerderjarigheid van de minderjarige op 17 augustus 2025. De beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt. Tot slot benadrukt de kinderrechter het belang van rust en stabiliteit voor de minderjarige en de hoop op een toekomstig contactherstel met de ouders.