ECLI:NL:RBZWB:2025:4856
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Swaanen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geldleningsovereenkomst tussen ex-partners en toewijzing terugvordering
Partijen hadden een affectieve relatie en hebben samengewoond van oktober 2020 tot november 2021. Gedurende deze periode heeft eiser meerdere bedragen aan gedaagde overgemaakt. Uit WhatsApp-berichten blijkt dat partijen overeenstemming hadden dat deze bedragen zouden worden terugbetaald, waarbij gedaagde toezegde maandelijkse termijnen te betalen.
Gedaagde voerde aan dat het geen geldlening betrof maar gezamenlijke huishoudelijke uitgaven en beleggingen, wat onvoldoende onderbouwd werd. De kantonrechter oordeelde dat de betalingen deels niet voor gezamenlijke doeleinden waren en dat de toezeggingen tot terugbetaling duidelijk waren, ook na beëindiging van de relatie.
Hoewel geen schriftelijke overeenkomst bestond, stond vast dat er een geldleningsovereenkomst was. Eiser vorderde €20.697 terug, een bedrag dat lager is dan het totaalbedrag genoemd in de correspondentie. De rechtbank wees de vordering toe, inclusief wettelijke rente vanaf 4 februari 2023. De gevorderde incassokosten werden afgewezen wegens het ontbreken van een correcte aanmaning. Proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €20.697 met wettelijke rente vanaf 4 februari 2023, proceskosten worden gecompenseerd.