Uitspraak
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
[aangever 1] en [aangever 2] namen direct contact op met de politie en achtervolgden ondertussen met hun auto de scooter. Niet veel later konden de verdachten door de politie worden aangehouden. [medeverdachte] werd met name herkend aan zijn gele jas. [medeverdachte] hield een tas vast met daarin twee keukenmessen. In de jaszak van [verdachte] werd het weggenomen doosje vapes aangetroffen.
(gelegen aan [het adres] )
tezamen en in vereniging met een ander
een doosje/verpakking (inhoudende tien vapes/e-sigaretten) dat aan [aangever 1] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen [aangever 1] en [aangever 2] gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door
- die [aangever 1] dreigend toe te voegen: "Luister maat, je gaat nu alles meegeven en dan overkomt jullie niks" en
- een mes boven de borst van die [aangever 2] te zetten/plaatsen en
- die [aangever 2] dreigend toe te voegen: "Nu naar buiten" en "Als je gewoon
meewerkt dan gebeurt er niets."
een voertuig, te weten een snorfiets, heeft bestuurd, na gebruik van een in artikel 2 van Pro het Besluit alcohol, drugs en geneesmiddelen in het verkeer aangewezen stoffen als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994, te weten cannabis en alcohol, terwijl
ingevolge een onderzoek in de zin van artikel 8 van Pro de genoemde Wet, het gehalte in zijn bloed bij iedere aangewezen stof en/of alcohol 6,6 microgram THC per liter bloed en 0,27 milligram ethanol per milliliter bloed bedroeg;
opzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer 60,15 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj),
zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
5.De strafbaarheid
6.De strafoplegging
7.De benadeelde partij
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
een jeugddetentie van 274 dagen, waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
algemene voorwaardedat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
een werkstraf van 150 uren;
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
75 dagen;
[aangever 1]van
€ 500,--, aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, vanaf 19 mei 2023 tot aan de dag der voldoening;