ECLI:NL:RBZWB:2025:4766
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens gebrek aan persoonlijk belang bij demping watergangen
Eiser heeft een handhavingsverzoek ingediend tegen het dempen van watergangen op twee percelen in de Kruispolder, dat door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst is afgewezen. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat eiser geen belanghebbende zou zijn.
De rechtbank beoordeelt dat eiser geen voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang heeft bij het bestreden besluit. De afstand van circa zes kilometer tussen de woning van eiser en de gedempte watergangen, het ontbreken van zicht op de watergangen en het ontbreken van directe gevolgen van enige betekenis voor zijn woon- of leefomgeving leiden tot dit oordeel.
Hoewel eiser stelt dat hij regelmatig in de Kruispolder verblijft en zich inzet voor het behoud van landschap en natuur, kwalificeert dit volgens vaste rechtspraak niet als een persoonlijk belang maar als een algemeen maatschappelijk belang. Het feit dat het college eiser aanvankelijk als belanghebbende behandelde, verplicht het college niet dit standpunt bij de beslissing op bezwaar te handhaven.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt daarmee het besluit van het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep is ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een persoonlijk belang, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.