Op 4 juli 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant een nadere beschikking gegeven over de verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige, geboren in 2011. De kinderrechter heeft de zaak behandeld in een zitting met gesloten deuren, waarbij een vertegenwoordiger van de gecertificeerde instelling (GI) aanwezig was. De moeder van de minderjarige was niet verschenen, maar had laten weten dat zij geen vervoer had. De kinderrechter heeft besloten de behandeling voort te zetten zonder haar aanwezigheid. De GI heeft aangegeven dat de situatie van de minderjarige zorgwekkend is, met signalen van sociaal wenselijk gedrag en een loyaliteitsconflict. De moeder heeft moeite met het contact en de hulpverlening, en er zijn zorgen over de invloed van de meerderjarige broer op de dynamiek binnen het gezin. De kinderrechter heeft vastgesteld dat de wettelijke vereisten voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn voldaan en heeft het verzoek van de GI toegewezen. De ondertoezichtstelling is verlengd tot 15 januari 2026, met de noodzaak voor de moeder om serieuze stappen te zetten in haar persoonlijke problematiek. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de minderjarige zo snel mogelijk duidelijkheid heeft over haar situatie.