ECLI:NL:RBZWB:2025:4536
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken machtiging in WOZ-beschikking
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2024 voor een onroerend goed te een plaats. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde die een machtiging overlegd had, ondertekend op 19 maart 2024.
De heffingsambtenaar meldde echter dat belanghebbende niet op de hoogte was gesteld van het beroep. De rechtbank verzocht de gemachtigde meerdere malen om een nieuwe machtiging te overleggen en het verzuim te herstellen, maar binnen de gestelde termijnen werd hier niet aan voldaan.
Omdat geen verontschuldiging voor het verzuim werd gegeven en de gemachtigde niet tijdig een nieuwe machtiging indiende, verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Hierdoor blijft het bestreden besluit ongewijzigd en wordt het beroep niet inhoudelijk behandeld.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een machtiging.