ECLI:NL:RBZWB:2025:4505
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij aanslag inkomstenbelasting 2019
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2019. Na een uitspraak op bezwaar van de inspecteur op 30 november 2023 diende belanghebbende een beroepschrift in bij de rechtbank. De rechtbank beoordeelde of het beroepschrift tijdig was ingediend.
De wettelijke termijn voor het indienen van een beroepschrift is zes weken na de dagtekening van de uitspraak op bezwaar, derhalve tot en met 11 januari 2024. Het beroepschrift van belanghebbende werd echter op 12 januari 2024 per gewone post verstuurd, wat te laat was. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat het eerder was verzonden.
Belanghebbende voerde aan dat de late indiening te wijten was aan communicatie met de Belastingdienst over bankafschriften, maar dit werd door de rechtbank niet als verontschuldigbaar beschouwd. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende voldoende tijd had om tijdig een beroepschrift in te dienen en dat de keuze om te wachten voor eigen risico was.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en bleef het bestreden besluit ongewijzigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder verontschuldigbare reden.