ECLI:NL:RBZWB:2025:4502
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Hindriks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen omgevingsvergunning voor aanleg uitrit nabij beschermde bomen
Eisers zijn in beroep gegaan tegen een door het college verleende omgevingsvergunning voor de aanleg van een uitrit, omdat zij vrezen voor schade aan aanwezige bomen en menen dat de vergunning in strijd is met het beleid.
De rechtbank constateert dat het oorspronkelijke besluit onvoldoende gemotiveerd was, met name ten aanzien van de toetsing aan beleidsregels voor groenvoorzieningen. Dit motiveringsgebrek is echter hersteld in een reparatiebesluit, waarin het college een belangenafweging maakte en de vergunning ondanks strijdigheden met beleidsregels toch toekende.
De rechtbank oordeelt dat het college deze belangenafweging in redelijkheid heeft gemaakt, mede omdat het beleid zelf een afwijkingsmogelijkheid biedt en het college vertrouwen heeft gewekt bij vergunninghouder. Ook is het college niet verplicht geweest een deskundige in te schakelen.
De beroepen zijn gegrond wegens het motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit, maar dat gebrek is hersteld, zodat de vergunning in stand blijft. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De vergunning voor de aanleg van de uitrit blijft in stand na herstel van het motiveringsgebrek met het reparatiebesluit.